Gemeente Tilburg: Vervuilde cannabis risico gebruiker

tilburgtest

Aangezien veel patiënten die medicinale cannabis gebruiken, aangewezen zijn op de coffeeshop, omdat hun huisarts het weigert voor te schrijven of de soortjes van bedrocan niet voldoen, vinden wij als stichting dat er ook controle op cannabis mogelijk moet zijn in dit huidige gedoogbeleid. Dit hebben we begin 2015 laten weten aan het ministerie van gezondheid, BMC en IGZ.

Verkoop is geregeld, achterdeur niet (illegaal), dus omdat de producten illegaal geleverd worden, mag het niet getest worden van de overheid. Tevens krijgt geen een laboratorium hiervoor een opiumontheffing. Alleen het Trimbos Instituut heeft afgelopen jaar weer onderzoek gedaan naar de cannabis in coffeeshops.

Omdat het landelijk weer niet geregeld kan worden, omdat de opiumwet moet worden aangepast, hebben we dit probleem ook op lokaal niveau aangekaart.

Echter is dit niet geheel goed begrepen door het college.

Daarom is het van belang dat er een etiket zit op cannabis, lees hier Wet Camulet

Ook moeten er mogelijkheden zijn voor patiënten en leveranciers om cannabis producten  te kunnen laten testen.

Wij adviseren patiënten altijd naar het etiket te kijken, wat de inhoudstoffen zijn en of het getest is.

Bekijk hier Foute Shit!

Lees hier het commentaar van Doede de Jong

Aangezien hier vanuit ministerie van Volksgezondheid niks aan gedaan wordt, proberen we het eerst maar weer op lokaal niveau voor elkaar te krijgen en hebben lijst Smolders in Tilburg gevraagd dit in de raad naar voren te brengen.

Bij deze is dit op 2 februari 2017 bij de raad van Tilburg ingediend:


 

Op 2 februari jl. heeft lijst Smolders in Tilburg raadsvragen gesteld over het mogelijk maken van het testen van cannabis voor de coffeeshops, om zo hun producten te kunnen controleren op kwaliteit.

Geachte dames, heren,
Hierbij beantwoorden wij de raadsvragen die door het raadslid H. Smolders van de fractie Lijst Smolders Tilburg zijn gesteld op grond van artikel 47 van het Reglement van Orde gemeenteraad Tilburg 2013. De vragen gaan over ‘Meer dan 90% van Nederlandse wiet besmet met pesticiden.
De vragen zijn ontvangen op 2 februari 2017.
Vraag 1
Harddrugs mogen in Nederland wel getest worden maar Softdrugs niet terwijl dat heel hard nodig blijkt te zijn. Wat gaat B&W ondernemen om het ook mogelijk te maken dat gebruikers en coffeeshops hun Cannabis mogen/kunnen laten testen?
Antwoord 1
In de documentaire “Foute shit” wordt door een geïnterviewde gesteld dat softdrugs niet getest mogen worden omdat dit strafbaar zou zijn volgens art 11a Opiumwet. Dit is theoretisch juist, maar in de praktijk wordt door coffeeshophouders wel degelijk cannabis getest (bijvoorbeeld bij Test Lab Amsterdam) om zodoende toch enigszins zicht te hebben op de kwaliteit – met name met betrekking tot de aanwezigheid van pesticiden – van hun producten en daar ook voorlichting aan hun klanten over te kunnen geven. Het is in Nederland nog nooit voorgekomen dat een coffeeshophouder hiervoor vervolgd is.
Maar zo lang cannabis nog steeds op lijst 2 van de Opiumwet als verboden softdrugs staat opgenomen, kan de overheid (B&W) de coffeeshophouder niet verplichten/faciliteren in het testen van de cannabis.
Overigens is dit een volkomen onvergelijkbare situatie met harddrugs omdat daarvoor geen gedoogde verkooppunten bestaan en controle dus geïnitieerd moet worden vanuit de gebruiker bij organisaties als Jellinek. Ook worden er bij de productie van harddrugs andere stoffen gebruikt zodat ook de testen op de samenstelling van bijvoorbeeld een XTC pil makkelijker, sneller en goedkoper is.
Vraag 2
Omdat de overheid gewoon toestaat dat Cannabis verkocht wordt is het dan niet de
verantwoordelijkheid van de overheid om gewoon wet Camulet toe te passen zodat de consument via het etiket op het product weet wat hij koopt.
Antwoord 2
Zodra cannabis legaal wordt en dus uit de Opiumwet verdwijnt, kan de overheid eisen stellen aan wat er bij de verkoop wel of niet vermeld dient te worden over de kwaliteit van het product. Nu wordt de verkoop slechts gedoogd en is het op eigen risico van de gebruiker welke soort cannabis hij koopt. Als hij dit bij een coffeeshop doet met grondige kennis van het product, kan hij hier de benodigde voorlichting krijgen.
De coffeeshops als branche beschikken niet over een gezamenlijke kwaliteitstoets, om de reden zoals vermeld bij antwoord 1.
Wij nemen aan u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Het college

 

TILBURG – Zolang wiet en hasj op de lijst 2 van de Opiumwet als verboden softdrugs staan, kan het gemeentebestuur geen eisen stellen aan de kwaliteit van de cannabis. Ze kan coffeeshophouders niet verplichten hun waar te laten testen. Gebruik van softdrugs is voor risico van de gebruiker. Dat antwoorden burgemeester en wethouders op vragen van Lijst Smolders Tilburg.

De partij wil weten hoe het college ervoor kan zorgen dat gebruikers en coffeeshops drugs kunnen laten testen. Ze doet dat naar aanleiding van het televisieprogramma ‘Foute shit!’ waaruit blijkt dat veel cannabis besmet is met pesticiden. Het programma baseert zich op onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dat onderzocht nederwiet van 25 verschillende coffeeshops, in 23 monsters werden één of meer bestrijdingsmiddelen gevonden. Maar stelt het RIVM-rapport ook: ‘uit het onderzoek komen geen concrete aanwijzingen naar voren dat de cannabis uit coffeeshops zodanig is vervuild met pesticiden of schimmels dat dit gevaar voor de volksgezondheid met zich meebrengt’.

Het Tilburgse college wijst erop dat veel coffeeshophouders hun waar zelf laten testen om de kwaliteit te beoordelen en daar ook voorlichting over kunnen geven. En, stelt het: het is in Nederland nog nooit voorgekomen dat een coffeeshophouder vervolgd is om de slechte kwaliteit van zijn producten.

 


 

Het gaat er juist om, dat ze hun producten legaal mogen laten testen, in de daarvoor erkende laboratoria. Dat is nu namelijk verboden.

Uiteraard willen de kwalitatief betere coffeeshops hun best doen om een zo goed mogelijk product te verkopen, deze gaan wel voor de kwaliteit van hun product en willen wel weten wat er in zit, dus laten ze het toch testen.

20170104_200224

 

Hester Kooistra:

Opium des volks / Cannabis is een van de meest gebruikte roesmiddelen van de opiumlijst. Wet camulet

 

Het is wenselijk dat gebruikers weten wat de samenstelling van een cannabis soort is,  voordat de cannabis wordt gebruikt, vooral omdat het een middel met psychotrope stoffen betreft waaraan risico’s voor de volksgezondheid verbonden kunnen zijn. Voor een gewenste situatie waarbij een cannabis-etiket met samenstellingsinformatie beschikbaar is en bewuste geïnformeerde aankoopkeuzes kunnen worden gemaakt, zal dat een wetenschappelijke & juridische benadering vergen.

 

Verstrekking van etiket-informatie met percentages van cannabinoïden & terpenen die op wetenschappelijke wijze is geanalyseerd valt onder wetenschappelijke voorlichting, wat zowel ten behoeve van medisch gebruik van cannabis als voor persoonlijk gebruik kan worden verstaan vanuit de strekking van dit specifieke wetsartikel.

 

Wet Camulet

Artikel 13b van de Opiumwet staat ook wel bekend als Wet Damocles, die de burgemeester de bevoegdheid geeft om een lokaliteit waar opiumwetmiddelen voorhandig zijn of worden verkocht voor een bepaalde duur te kunnen sluiten. Waar het zwaard van Damocles de betekenis van een dreiging heeft, heeft opiumwet 3b tweede lid, ook wel Wet Camulet, de ouderwetse term voor vredespijp, de betekenis van middels het ceremonieel roken van de vredespijp tot overeenstemming komen. Een burgemeester die in het licht van eerbiediging van Nederlandse wetten valide geinformeerde voorlichting over de samenstelling van cannabis wenselijk acht, en concrete stappen zet (bijvoorbeeld in VNG-verband) om een cannabis-etiket met betrekking tot gedoogde context mogelijk te maken handelt niet alleen conform de ambtseed vanuit de uitvoering van de strekking van wet camulet, maar bestendigt ook de scheiding der markten, aangezien de door een wetenschappelijk lab vastgestelde informatie op het etiket die bij de gedoogde verkoop in de coffeeshop wordt versterkt bij de straathandel niet mogelijk is.

 

prof. van Kempen II (p.45): Meer in het algemeen geldt dat de plicht tot bescherming meebrengt dat staten de activiteiten van individuen, groepen of bedrijven zo dienen te reguleren dat wordt voorkomen dat het recht op gezondheid wordt geschonden. Deze verplichting illustreert dat staten verantwoordelijk kunnen zijn voor producten van private partijen die op de consumentenmarkt beschikbaar zijn wanneer die de individuele of volksgezondheid negatief kunnen beïnvloeden. Dit roept de vraag op of het zonder kwaliteitscontrolesysteem toestaan van consumentenverkoop van cannabis voor recreatief gebruik niet in strijd is met de verplichtingen tot bescherming onder het recht op gezondheid